J. Van de Voorde, “Gemeentegoederen (art. 542 BW) zakenrechtelijk bekeken, met bijzondere aandacht voor de praktijk” in R. Barbaix en N. Carette (eds.), Tendensen vermogensrecht 2017, Antwerpen, Intersentia, 2017, (199) 199-220.

Description
Deze bijdrage behandelt de gemeentegoederen, zijnde goederen waarop de inwoners van een gemeente qualitate qua (dus vanwege het feit dat ze gemeentebewoner zijn) rechten hebben.

Please download to get full document.

View again

of 22
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.
Information
Category:

Government Documents

Publish on:

Views: 200 | Pages: 22

Extension: PDF | Download: 0

Share
Tags
Transcript
  Intersentia 157 AFDELING II. GEMEENTEGOEDEREN 󰀨ART. 542 BW󰀩 ZAKENRECHTELIJK BEKEKEN, MET BIJZONDERE AANDACHT VOOR DE PRAKTIJK J󰁯󰁨󰁡󰁮 V󰁡󰁮 󰁤󰁥 V󰁯󰁯󰁲󰁤󰁥* I. INLEIDING 1. Inleiding –  Een gemeente bezit van oudsher enkele bossen, waaruit de inwo-ners jaarlijks een bepaalde hoeveelheid hout ontvangen. De gemeente komt in 󿬁nancieel zwaar water en zou graag de bossen verpachten o verkopen aan een  vennootschap. Hiertegen komen de inwoners in het geweer: hun verworven rech-ten komen in het gedrang, wat ze niet aanvaarden. Ze beweren dat de bossen gemeentegoederen zijn, waarover de gemeente niet mag beschikken. Wat zijn nu deze gemeentegoederen en wat is het gevolg van deze kwali󿬁catie? 2. Relevantie –  De gemeentegoederen worden niet meer vaak behandeld in de rechtsleer en de rechtspraak, hoewel ook niet gezegd kan worden dat ze geheel over het hood worden gezien. Hun glorietijd was de negentiende eeuw en meer nog het oude recht voor de Franse Revolutie. Sindsdien zijn ze ver-schrompeld tot een juridisch curiosum. 1  De meeste besprekingen over de gemeentegoederen zijn in het Frans gesteld, hoogstwaarschijnlijk omdat de meeste gevallen zich in Wallonië voordoen en natuurlijk ook omdat in de negentiende eeuw de Nederlandstalige rechtsleer uitermate schaars was. De  voorliggende bijdrage beoogt de schaarste aan Nederlandstalige rechtsleer te  verbeteren. 3. Plan en aakening –  Om deze vragen te beantwoorden, onderzoeken we eerst het begrip en de rechtsaard van de gemeentegoederen. Daarna gaan we na o de gemeentegoederen onderworpen zijn aan het gemene zakenrecht. Vervolgens bespreken we de gebruiks- en genotsrechten op gemeentegoederen. We sluiten a * Doctoraatsbursaal Universiteit Antwerpen, Onderzoeksgroep Persoon en Vermogen. 1 Zie de statistieken in E. B󰁥󰁧󰁵󰁩󰁮, “La répartition des sarts communaux”,  Mouv.comm.  2002, (55) 57: in de provincie Namen waren er in 1956 nog 4210 hectare gemeentegoederen, vermin-derd tot 2280 hectare in 1976.    P   R   O   E   F   1  Johan Van de Voorde 158 Intersentia met een aantal uitleidende beschouwingen, waarin we ook enkele praktische aan-dachtspunten nog eens in de ver zetten (nr. 45).Ons onderzoek concentreert zich op de gemeentegoederen in het algemeen, bezien vanuit het zakenrecht. Zoals we nog zullen zien (nr. 24), worden de rechten op gemeentegoederen grotendeels geconcretiseerd door de gemeentereglementen. We bespreken deze reglementen niet, behalve in de mate dat ze relevant zijn voor besproken rechtspraak. II. BEGRIP EN AARD A. BEGRIPSOMSCHRIJVING 4. Begripsomschrijving –  Gemeentegoederen zijn, zo luidt artikel 542 BW, de goederen waarop de inwoners van een gemeente “een verkregen recht van eigendom o van genot hebben.” De inwoners van de gemeente hebben zodoende een collectie genotsrecht (zie nader nrs. 24 e.v.). 2  De gemeentegoederen worden bezien als over-blijsels van de collectieve eigendom van de inwoners van gemeenten (zie nr. 9) 3 , wat gedurende de Franse Revolutie de wetgever ertoe heef aangezet de mogelijkheid  van uitonverdeeldheidtreding open te stellen. 4  Gemeentegoederen moeten niet gele-gen zijn op het grondgebied van de gemeente wier inwoners een verkregen recht van eigendom o genot hebben op het gemeentegoed in kwestie. 5  Het is ook niet nood-zakelijk dat de gemeentebewoners natuurlijke personen zijn: een gemeentegoed mag ook ten goede komen aan vennootschappen, zoals een landbouwvennootschap. 6 5. Voorbeelden –  Gemeentegoederen zijn vaak weiden, bossen en andere gronden die nuttig zijn voor landbouwers. 7  Waterbronnen kunnen ook gemeen- 2 Bv. Cass. 24 november 1873, Pas.  1874, I, 20; Rb. Gent 16 juli 1873, BJ   1882, kol. 1288. 3 Rb. Dinant 19 januari 1955,  JL  1955, 198. D. D󰃩󰁯󰁭, P.-Y. E󰁲󰁮󰁥󰁵󰁸, D. L󰁡󰁧󰁡󰁳󰁳󰁥 en M. Pâ󰁱󰁵󰁥󰁳, “Domaine public, domaine privé, biens des pouvoirs publics”, Rép.not. , vol. XIV, Le droit public et administratif  , Boek 7, Brussel, Larcier, 2008, 71, nr. 12; X, “[Les biens communaux et le bail à erme]” (noot onder Cass. 16 mei 1974), Rec.gén.enr.not.  1975, (357) 357; P. R󰁥󰁣󰁨󰁴, Les Biens Communaux du Namurois et leur partage à la 󿬁n du XVIII  e  siècle , Brussel, Bruylant, 1950, 36-37; E. B󰁥󰁧󰁵󰁩󰁮, “La répartition des biens communaux après l’arrêt de la Cour d’arbitrage du 20 avril 1999”, .Agr.R.  2002, 40; H. D󰁥 P󰁡󰁧󰁥 en R. D󰁥󰁫󰁫󰁥󰁲󰁳, raité élémentaire de droit civil belge , V, Les principaux contrats usuels. Deuxième partie. Les biens. Première partie , Brussel, Bruylant, 1952, 669, nr. 764; C. 󰁤󰁥 B󰁲󰁯󰁵󰁣󰁫󰃨󰁲󰁥 en F. 󰁩󰁥󰁬󰁥󰁭󰁡󰁮󰁳, Répertoire de l’administration et du droit administratif de la Belgique , III, Ba-Bu , Brussel, Weissenbruch, 1836, 205, v°    Biens communaux  ; W. D󰁲󰁯󰁳󰁳, Droit civil. Les choses , Parijs, LGDJ, 2012, 317, nr. 163-3. 4 Zie hierover bv. P. G󰁵󰁩󰁣󰁨󰁯󰁮󰁮󰁥󰁴, “Les biens communaux et les partages révolutionnaires dans l’ancien département du Léman”, Études rurales  1969, a󿬂. 1, (7) 16-36. 5 Vred. Louveigné 25 maart 1970, .Vred.  1971, 128. 6 RvS 25 september 2014, nr. 228.512, LV Costers – Van De Walle t. gemeente Beernem, Not.Fisc.M.  2015, a󿬂. 9, 296, noot N. R󰁡󰁥󰁭󰁤󰁯󰁮󰁣󰁫, .Agr.R.  2015, 75. 7 C. 󰁤󰁥 B󰁲󰁯󰁵󰁣󰁫󰃨󰁲󰁥 en F. 󰁩󰁥󰁬󰁥󰁭󰁡󰁮󰁳, Répertoire de l’administration et du droit administratif de la Belgique , III, Ba-Bu , Brussel, Weissenbruch, 1836, 205, v°    Biens communaux  ; R. G󰁥󰁯󰁲󰁬󰁥󰁴󰁴󰁥,    P   R   O   E   F   1  Gemeentegoederen (art. 542 BW) zakenrechtelijk bekeken, met bijzondere aandacht voor de praktijk Intersentia 159tegoederen zijn, zoals artikel 643 BW aantoont. Deze categorie van gemeente-goederen is thans van minder belang. In Vlaanderen is ze goeddeels uitgestor- ven. 8  In de meer rurale delen van Wallonië heef ze soms nog een zeker belang. In de praktijk nog van enig belang zijn het recht op hout voor verwarming o bouwwerkzaamheden ( affouage ) en het recht om gemeentegoederen te bewer-ken voor eigen rekening (in het Frans soms ‘ répartition des sarts communaux  ’ geheten). 9 6. Andere gemeentegoederen?   –  Zijn er daarnaast nog gemeentegoederen? Het kan bepleit worden dat buurtwegen (althans wanneer ze van gemeentelijk belang zijn) en andere gemeentelijke wegen minstens vaak ook nog gemeentegoederen zijn. 10  Zo is er rechtspraak die de buurtweg karakteriseert als een “[e]en recht van overgang ten gunste van de inwoners van een gemeente ”. 11  Iedere burger heef ook een eigen ( ut singuli ) vordering tot herstel van het collectie gebruik van een buurtweg krachtens een eigen recht. 12  Dit geef aan dat elke inwoner een recht  van genot heef op de buurtwegen. Ook het Ho van Cassatie oordeelde reeds dat buurtwegen gemeentegoederen kunnen zijn, hoewel de buurtweg in kwestie ook gebruikt werd om schapen op te weiden. 13 7. Aakening jegens patrimoniale goederen van de gemeente –  Er bestaan ook “patrimoniale goederen” van de gemeente, waarop de bewoners geen collec-tie genotsrecht hebben. 14  De gemeente kan over haar patrimoniale goederen beschikken volgens het gemene recht, onder voorbehoud van bestuursrechtelijke beperkingen. 15  Het vermogen van de gemeenten valt dus uiteen in drie delen: het openbaar domein, het gewoon privaat domein (de patrimoniale goederen) en de “Histoire des biens communaux et des droits d’usage en Belgique”,  Ann. Gembloux   1955, (77) 78; Pand.b. , v° Biens communaux  , nr. 102. 8 Maar niet helemaal, zoals aangetoond door RvS 25 september 2014, nr. 228.512, LV Costers – Van De Walle/gemeente Beernem , .Agr.R.  2015, 75. 9 E. B󰁥󰁧󰁵󰁩󰁮, “La répartition des sarts communaux”,  Mouv.comm.  2002, (55) 55. 10 L. W󰁯󰁤󰁯󰁮, raité théorique et pratique de la possession et des actions possessoires , II, Brussel, Bruylant, 1866, 29-30, nr. 413, 131, nr. 131, nr. 503; Pand.b. , v° Biens communaux  , nr. 107 (m.b.t. de planten langs de gemeentelijke wegen). Zie ook RvS 11 maart 2016, nr. 234.118, waar de eiseres art. 542 BW inriep in haar verzet tegen een bouwvergunning die, volgens haar, een gedeeltelijke inname van een lokale weg toeliet. 11 Vred. Leuven (II) 7 april 2015, RW   2015-16, 516 (duidelijkheidshalve vermelden we dat de vre-derechter niet uitsluit dat een buurtweg eigendom zou zijn van de gemeente). Onze cursivering. 12 Cass. 19 december 1895, Pas.  1896, I, 48; Rb. Leuven 28 maart 2001, BBR  2002, 479; Vred. Sint-ruiden 23 mei 1972, .Not.  1972, 261. 13 Cass. 24 november 1873, Pas.  1874, I, 20. 14 C. 󰁤󰁥 B󰁲󰁯󰁵󰁣󰁫󰃨󰁲󰁥 en F. 󰁩󰁥󰁬󰁥󰁭󰁡󰁮󰁳, Répertoire de l’administration et du droit administratif de la Belgique , III, Ba-Bu , Brussel, Weissenbruch, 1836, 206, v° Biens communaux  ; F. L󰁡󰁵󰁲󰁥󰁮󰁴, Principes de droit civil français , VI, Bruxelles, Bruylant, 1871, 88-89, nr. 68; L. W󰁯󰁤󰁯󰁮, raité théorique et pratique de la possession et des actions possessoires , I, Brussel, Bruylant, 1866, 346, nr. 328. 15 Pand.b. , v° Biens communaux  , nr. 92.    P   R   O   E   F   1  Johan Van de Voorde 160 Intersentia gemeentegoederen. De private domeingoederen van de gemeente worden ver-moed patrimoniale goederen te zijn. 16 8. Ruime, oneigenlijke de󿬁nitie –  In sommige oude rechtsleer wordt vermeld dat het begrip ‘gemeentegoederen’ ook alle goederen die toebehoren aan de gemeente kan omvatten, maar er wordt dadelijk aan toegevoegd dat dat een onei-genlijk woordgebruik is. 17  In de praktijk wordt deze ruime de󿬁nitie nog met enige regelmaat gebruikt. B. RECHSAARD 9. Oorspronkelijk een collectieve eigendom –  Het is moeili  jk om de rechtsaard  van de gemeentegoederen te doorgronden. De tekst van artikel 542 BW sugge-reert nog dat de inwoners van een gemeente het eigendoms- o genotsrecht heb-ben, dus dat zij als groep en qualitate qua  een zakelijk recht hebben. 18  Sommige auteurs vinden die opvatting de meest correcte, hoewel ze toegeven dat ze niet (meer) gevolgd wordt. 19  Een late uiting van de onderhavige opvatting kan nog gevonden worden in een (ondertussen opgeheven) decreet van 1804, dat aan de bewoners en degenen die recht hadden op het genot van gemeentegoederen de bevoegdheid ga om een voorziening bij de Raad van State in te stellen tegen gemeentereglementen die de gebruikswijze van gemeentegoederen wijzigden. 20  Recentere wetgeving is moeilijker te verzoenen met de collectieve eigendom. Zo  verbiedt artikel 35 Boswetboek de verdeling van gemeentebossen over de inwo- 16 E. B󰁥󰁧󰁵󰁩󰁮, “La répartition des sarts communaux”,  Mouv.comm.  2002, (55) 61. 17 A. G󰁩󰁲󰁯󰁮, Dictionnaire de droit administratif et de droit public , Brussel, Bruylant, 1895, 62, v° Biens communaux  . 18 Er is nog een alternatieve opvatting, waarin gemeentegoederen eigendom zijn van de huizen in de gemeente: E. C󰁯󰁮󰁴󰁥, “Affectation, gestion, propriété. La construction des choses en droit médiéval” in P. N󰁡󰁰󰁯󰁬󰁩 (ed.),  Aux srcines des cultures juridiques européennes. Yan Tomas entre droit et sciences sociales , Rome, École rançaise de Rome, (73) 82-83. Deze constructie is naar huidig recht niet houdbaar, omdat huizen geen rechtspersoonlijkheid hebben. 19 X, “[Les biens communaux et le bail à erme]” (noot onder Cass. 16 mei 1974), Rec.gén.enr.not.  1975, (357) 357-358 (veeleer beschrijvend); H. D󰁥 P󰁡󰁧󰁥 en R. D󰁥󰁫󰁫󰁥󰁲󰁳, raité élémentaire de droit civil belge , V, Les principaux contrats usuels. Deuxième partie. Les biens. Première partie , Brussel, Bruylant, 1952, 669, nr. 764; P. R󰁥󰁣󰁨󰁴, Les Biens Communaux du Namurois et leur  partage à la 󿬁n du XVIII  e  siècle , Brussel, Bruylant, 1950, 36-37; J. H󰁡󰁮󰁳󰁥󰁮󰁮󰁥, La servitude col-lective. Modalité du service foncier individuel ou concept srcinal?  , Den Haag, Martinus Nijhoff, 1969, 247, nr. 127 (rechtshistorisch; op p. 248-249, nr. 128 verdedigt hij dat naar huidig recht de gemeente eigenaar is); E. B󰁥󰁧󰁵󰁩󰁮, “La répartition des sarts communaux”,  Mouv.comm.  2002, (55) 61-62. 20 Art. 5 keizerlijk decreet 9 mistmaand jaar XIII (9 brumaire   an XIII) relatif au mode de jouis-sance des biens communaux  , Bulletin des lois  1804, a󿬂. 20, 65, nr. 365 (impliciet opgeheven door de Gemeentewet van 1836). Zie ook J. H󰁡󰁮󰁳󰁥󰁮󰁮󰁥, La servitude collective. Modalité du service foncier individuel ou concept srcinal?  , Den Haag, Martinus Nijhoff, 1969, 255-256, nr. 134.    P   R   O   E   F   1  Gemeentegoederen (art. 542 BW) zakenrechtelijk bekeken, met bijzondere aandacht voor de praktijk Intersentia 161ners. Algemener kunnen de inwoners niet de verdeling van de gemeentegoederen  vorderen op grond van artikel 815 BW. 21 erzijde vermelden we nog dat de gemeentegoederen niet noodzakelijk in eigendom toebehoorden aan de gemeentebewoners. 22  Ook erdienstbaarheden en rechten van gebruik kwamen vaak voor. 23  Vaak werden rechten van gebruik op bijvoorbeeld bossen omgezet door middel van het kantonnement: de eigenaar staat een deel van het belaste goed a aan de gebruikers in volle eigendom en wordt in ruil bevrijd van het gebruiksrecht voor de rest van het goed. 24 10. Eigendomsverschuiving in de 19de eeuw: privaat domein van de gemeente –  In de negentiende eeuw is er een verschuiving opgetreden. Sindsdien worden de gemeentegoederen beschouwd als een deel van het privaat domein van de gemeente, waarop de gemeentebewoners slechts een collectie genotsrecht heb-ben. 25  De gemeente is dus eigenaar, terwijl ze vroeger veeleer een beheerder was. 21 E. B󰁥󰁧󰁵󰁩󰁮, “La répartition des sarts communaux”,  Mouv.comm.  2002, (55) 59. 22 L. W󰁯󰁤󰁯󰁮, raité théorique et pratique de la possession et des actions possessoires , I, Brussel, Bruylant, 1866, 351-352, nr. 333. 23 Zie voor een erdienstbaarheid Rb. Charleroi 25 juli 1878, Pas.  1879, III, 55, vernietigd door Brussel 3 augustus 1881, Pas.  1882, II, 279, doch zonder te raken aan het beginsel. A. V󰁡󰁮󰁤󰁥󰁢󰁵󰁲󰁩󰁥, Propriété et domanialité publiques en Belgique , Brussel, la Charte, 2013, 445, nr. 388. 24 P󰁨. G󰁯󰁤󰁤󰁩󰁮󰁧, Le droit privé dans les Pays-Bas méridionaux du 12e au 18e siècle , Brussel, Académie royale de Belgique, 1991, 203-204, nr. 333; P. E󰁲󰁲󰁥󰁲󰁡, Les masuirs. Recherches histo-riques et juridiques sur quelques vestiges des formes anciennes de la propriété en Belgique , Brussel, Weissenbruch, 1891, 385 e.v. 25 Arbitrageho 20 april 1999, nr. 44/99, .Agr.R.  2002, 34, noot E. B󰁥󰁧󰁵󰁩󰁮, r.o. B.5; Cass. 16 mei 1974, Rec.gén.enr.not.  1975, 354, noot, Pas.  1974, I, 954, concl. W. G󰁡󰁮󰁳󰁨󰁯󰁦 󰁶󰁡󰁮 󰁤󰁥󰁲 M󰁥󰁥󰁲󰁳󰁣󰁨; RvS 25 september 2014, nr. 228.512, LV Costers – Van De Walle/gemeente Beernem , .Agr.R.  2015, 75; Rb. Dinant 19 januari 1955,  JL  1955, 198; Rb. Namen 1 juni 1992, .Agr.R.  1993, 47; Vred. Andenne 15 december 1961, .Vred.  1962, 212 (met een grondige bespreking van de kwestie). P. G󰁯󰁤󰁤󰁩󰁮󰁧, Le droit privé dans les Pays-Bas méridionaux du 12e au 18e siècle , Brussel, Académie royale de Belgique, 1991, 204, nr. 334; W. G󰁡󰁮󰁳󰁨󰁯󰁦 󰁶󰁡󰁮 󰁤󰁥󰁲 M󰁥󰁥󰁲󰁳󰁣󰁨, concl. voor Cass. 16 mei 1974, Pas.  1974, I, (955) 958; F. L󰁡󰁵󰁲󰁥󰁮󰁴, Principes de droit civil fran-çais , VI, Brussel, Bruylant, 1871, 88, nr. 68; H. D󰁥 P󰁡󰁧󰁥 en R. D󰁥󰁫󰁫󰁥󰁲󰁳, raité élémentaire de droit civil belge , V, Les principaux contrats usuels. Deuxième partie. Les biens. Première partie , Brussel, Bruylant, 1952, 669, nr. 764; A. G󰁩󰁲󰁯󰁮, Dictionnaire de droit administratif et de droit  public , Brussel, Bruylant, 1895, 64-65, v° Biens communaux  ; D. D󰃩󰁯󰁭, P.-Y. E󰁲󰁮󰁥󰁵󰁸, D. L󰁡󰁧󰁡󰁳󰁳󰁥 en M. Pâ󰁱󰁵󰁥󰁳, “Domaine public, domaine privé, biens des pouvoirs publics”, Rép. not. , vol. XIV, Le droit public et administratif  , Boek 7, Brussel, Larcier, 2008, 72, nr. 12; N. V󰁥󰁲󰁨󰁥󰁹󰁤󰁥󰁮-J󰁥󰁡󰁮󰁭󰁡󰁲󰁴, P󰁨. C󰁯󰁰󰁰󰁥󰁮󰁳 en C. M󰁯󰁳󰁴󰁩󰁮, “Examen de jurisprudence (1989 à 1998). Les biens”, RCJB  2000, (59) 86, nr. 16; P. R󰁥󰁣󰁨󰁴, Les Biens Communaux du Namurois et leur  partage à la 󿬁n du XVIII  e  siècle , Brussel, Bruylant, 1950, 37; N. R󰁡󰁥󰁭󰁤󰁯󰁮󰁣󰁫, “De gemeentegoe-deren: middeleeuwse gebruiksrechten in een modern jasje” (noot onder RvS 25 september 2014, nr. 228.512, LV Costers – Van De Walle/gemeente Beernem ), Not.Fisc.M.  2015, a󿬂. 9, (304) 304; W. D󰁲󰁯󰁳󰁳, Droit civil. Les choses , Parijs, LGDJ, 2012, 317, nr. 163-3; A. V󰁡󰁮󰁤󰁥󰁢󰁵󰁲󰁩󰁥, Propriété et domanialité publiques en Belgique , Brussel, la Charte, 2013, 444, nr. 388; L. W󰁯󰁤󰁯󰁮, raité théorique et pratique de la possession et des actions possessoires , I, Brussel, Bruylant, 1866, 356, nr. 338; E. B󰁥󰁧󰁵󰁩󰁮, “La répartition des sarts communaux”,  Mouv.comm.  2002, (55) 57-58.    P   R   O   E   F   1
Related Search
Similar documents
View more...
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks